Tweeten

Fietsdagboek 2017


(5 oktober 2017) De week van de mobiliteit is voorbij.... Bijna iedereen heeft blijkbaar opnieuw zijn auto van stal gehaald: de files waren nog nooit zo lang.


Je moet dan ook goed gek zijn om wind en regen te trotseren en de kilometers af te malen op een fiets. Vanochtend was het echt hondenweer: een strakke zuidwester met rukwinden en een waar gordijn van motregen dat af en toe heel nat uit de hoek kwam. Op zo'n momenten durft de combinatie plooifiets en trein door mijn hoofd flitsen... maar ik heb niet toegegeven. De drang om te trappen was te groot.


Nu is een goede voorbereiding het halve werk. Ik heb een prima fluo regenjasje, een regenbroek en overschoenen. Het is altijd even worstelen om de broek aan te krijgen. Dat resulteert meestal in gevaarlijk heen-en-weer-gespring op één been omdat de regenbroek en de schoenen niet willen samenwerken.


De wind knalt me quasi ogenblikkelijk in het decor: dit wordt anderhalf uur worstelen tegen de weerelementen. Maar we zijn vertrokken. Met de handen aan de remmen en wat fijne LED-lampjes ploeter ik in het zwembadweer. Gelukkig heb ik me niet te warm aangekleed, want binnen de kortste keren begin je sowieso te zweten.


De regenjas mag dan wel het water van buiten tegenhouden, na verloop van tijd wordt de binnenkant toch nat. Geleidelijk stelt zich een evenwicht in: druppels aan de buitenkant, broeierig plakkend aan de binnenkant. Maar zolang je in beweging blijft, heb je daar in feite geen last van. Pas als je stilstaat, de regendruppels van je afschudt en driftige bewegingen maakt met de fietshelm om wat water weg te slingeren, merk je de vochtigheid. Zelfs de beste "ademende" kledij helpt niet - althans, dat is mijn ervaring.


Akkoord, het duurt erg lang om 21 kilometer te fietsen in de regen. Maar ik weet tenminste exact het uur waarop ik zal arriveren op het werk. Ik zie vertwijfelde autobestuurders in ellenlange files. Rustig fiets ik verder. Wow, dat is een lange file. Wat is het fijn een fietser te zijn. ;-)


Vele mensen denken dat je van zo'n natte fietstocht ziek wordt. Het omgekeerde is waar. Door in alle seizoenen en alle weersomstandigheden te fietsen word je juist sterker.


Aangekomen op VRT wacht me een heerlijke douche. Mijn batterijen zijn helemaal opgeladen. Want dat is het grote verschil met autochauffeurs. Als zij uiteindelijk arriveren op het werk, zijn ze helemaal zot van de stress - en het eigenlijke werk moet nog beginnen. Een fietser spoelt alle nattigheid van zich af en viert zijn overwinning op de regen met een zegevierend gebaar. Yes, I did it - een heerlijk gevoel.


Alle regenkledij kan nu enkele uren drogen - eerst de binnenkant, dan de buitenkant. De handschoenen krijg ik niet tijdig droog. Gelukkig heb ik altijd een reservepaar.


En vanavond voorspelt de weerman geen regen. Maar f..., de wind is gedraaid. Dat wordt weer duwen op de trappers!




(18 september 2017) Het is de week van de mobiliteit. Tijd om wat te cijferen.


Ik doe quasi al mijn woon-werkverkeer met de fiets. Dat zijn pakweg 200 dagen per jaar van telkens ongeveer 50 km, dus een tienduizend km per jaar. Als een auto 7 liter benzine per 100 km verbruikt, bespaar ik dus 700 liter x 1,4 euro/liter = ongeveer 1000 euro brandstof per jaar.


Mijn werkgever betaalt me per maand 105 euro fietsvergoeding, dus 1260 euro per jaar. Ik hoef geen fitness-abonnement, dus een besparing van minstens 250 euro per jaar.


Per jaar verdien ik als fietser dus zeker 2500 euro. Bovendien ben ik veel minder vaak ziek. Ik voel me ook veel gelukkiger en ben vaker goed gezind. Geen file-stress voor mij. Ik produceer geen fijn stof. De CO2-uitstoot van mijn fiets is 0 gram/km. Nooit gedacht dat ik als 59-jarige zo fit zou zijn.


Het regent in Laag- en Midden-België gemiddeld maar 7% van de tijd.


Fietsen is zo leuk dat ik de laatste jaren vaak op vakantie ga met mijn stalen ros. Goed en goedkoop!




(23 augustus 2017) Fietsen is leuk, zeker als je je tocht goed hebt voorbereid. Meer zelfs: het opzoekwerk dat voorafgaat aan een grote fietstocht, is bijna even boeiend als het rijden van die tocht.


De voorbije weken heb ik ijverig zitten speuren naar interessante fietspaden, riviertjes, spoorlijnen. Het zijn dikwijls indicaties dat de hellingen "menselijk" zijn. Ik heb een grote bewondering voor wielrenners die cols van eerste categorie opvliegen. Zelf zweet ik me te pletter als een helling van enkele percenten te lang duurt. Al moet ik er wel bijvertellen dat ik geen lichte koersfiets heb, maar een zware stadsfiets en heel veel bagage.


Natuurlijk hebben hoogtes wel iets magisch. Boven op de top heb je altijd het beste uitzicht. En na de inspanning volgt een heerlijke afdaling.


De 694 meter van Signal de Botrange staken al lang mijn ogen uit. En toen ondekte ik de RAVeL 44a, een oude spoorlijn tussen Trois-Ponts en Hockai, die is omgetoverd tot een fietsroute. Heel zachtjes loopt de weg omhoog. Via www.brouter.de plande ik de weg verder tot aan Signal de Botrange. Ruim 30 km klimmen met een meestal goed doenbaar stijgingspercentage. Zou dat kunnen?


Om 5u45 's ochtends vertrek ik gepakt en gezakt met mijn fiets naar Brussel-Noord. Het is een gewone stadsfiets. Inclusief bagage ongeveer 30 kg. In Brussel-Noord neem ik de trein naar Luik. Comfortabele rijtuigen, enkel is er op die lijn meestal geen plaats voorzien om de fiets te zetten (ook al moet je er extra voor betalen). In Luik snel overstappen op de trein naar Luxemburg. Die trein heeft wel een speciale plaats voor de fiets.


Ik ontmoet op de trein een sympathieke collega-fietser. We babbelen honderduit over de voordelen van fietsvakanties. En ondertussen glijdt het landschap voorbij: we volgen de Amblève. Daar is Coo al! Tijd om allicht uit te stappen, de volgende halte is Trois-Ponts.


Meteen zie ik een grote wegwijzer "RAVEL" staan. Na een kilometer bevind ik me al op de oude spoorweg: meestal ruw asfalt, maar je hoort me niet klagen. De weg gaat zachtjes omhoog. Ik fiets moederziel alleen door de bossen. Genieten!




Bij Stavelot duikt een hindernis op. Omleiding! Die staat goed aangeduid, maar ik word wel meteen de hoogte ingejaagd, met een stijgingspercentage van meer dan 10%. Teveel, dus afstappen. Twee kilometer verderop vind ik terug mijn vertrouwde fietsroute. Met geregeld zitbanken en vuilbakken. Proper en net.


Vervolgens passeer ik langs Francorchamps. Jawel, het beroemde racecircuit ligt vlakbij, maar er is wel een stevige omheining en de bomen belemmeren het zicht. Er is al heel wat bedrijvigheid. Later kom ik te weten dat enkele dagen later de grote autoprijs van België neerstrijkt in Francorchamps.




Ter hoogte van Hockai verlaat ik de spoorwegbedding. Nog 150 hoogtemeters scheiden me van het hoogste punt van België. Het gaat nu langs kleine asfaltwegen, maar ook bospaden en grintwegen. En adembenemende landschappen: zo dichtbij Vlaanderen, en toch zo anders. Wat een afwisseling, zalig. Wel goed dat ik anti-lekbanden heb: met een koersfiets kom je niet ver als de weg is bezaaid met scherpe keien.


Daar is de Rue de Botrange al, een spiegelgladde asfaltweg met snelle auto's die me recht naar Signal de Botrange voert. Komaan, een laatste krachtinspanning. Alles geven nu.


En dan komt het moment. VICTORY! Ik sta met met mijn fietsje op het hoogte punt van België!


Maar mijn plan om hier bij een lekker tasje koffie mijn meegebrachte boterhammen op te eten, gaat niet door. Ofwel enkel drinken, ofwel de lunch bestellen. Nee, dat ga ik niet doen. Dus terug mijn stalen ros op - het is nu toch bergaf. In een rotvaart sjees ik langs Mont Rigi en Baraque Michel. Na 30 km klimmen heb ik nu vleugels gekregen.


Bij de Porte de Drossart duik ik de bossen in, langs de Gileppe. Overal geluid van water, met daarboven het gewaffer van de wind en het gedaver van mijn fiets als ik bangelijke snelheden haal tot 53 km/h. Over een afstand van 13 km ga je 370 m lager. Later zal blijken dat ik ergens in die omgeving een deel van mijn achterlicht ben kwijtgespeeld: het was dus echt hotsen en botsen...


Maar dan komt het stuwmeer van de Gileppe in beeld. Wondermooi. Het meer staat vrij laag, waarschijnlijk nog een gevolg van het droge voorjaar. Ik geniet van prachtige vergezichten tussen de bomen door. Geregeld nodigen zitbanken uit om uit te rusten. Het is 13 uur. Eindelijk boterhammentijd!


Dan gaat het via Membach en Baelen naar Welkenraedt. Ik heb mijn weg zo gepland dat ik eventueel in Welkenraedt al de trein kan nemen, mocht ik al uitgeput zijn. Maar nee hoor, we staan nog scherp. In het dorp vul ik mijn watervoorraad aan en we vlassen door. De weg begint nu flink te stijgen en dalen. Daar is het viaduct van Moresnet: de trein spoort hier op hoge, dunne stelten door het landschap.


Plombières (Blieberg) is een prachtige gemeente. Vervolgens komt Sippenaeken met het kasteel van Beusdael. Klimmen en naar beneden sjezen: best vermoeiend. Hellingen met een gemiddeld stijgingspercentage van 5% die anderhalve km duren zijn met met zware stadsfiets en bagage nog net haalbaar in de kleinste versnelling (Shimano Nexus 8). Door alle zweet is mijn fototoestel bedampt. Wazige foto's zijn het gevolg.


Via Teuven duik ik de Voerstreek en dus Vlaanderen in. Hier zijn zelfs haarspeldbochten... opletten dus is de boodschap. Maar tegelijk ontrollen zich prachtige vergezichten. Ik passeer tientallen B&B's. De cafeetjes en restaurants nodigen uit om te verpozen. Nu begrijp ik waarom deze regio zo goed scoort bij toeristen.


Maar ik wil verder. In Sint-Martens-Voeren sla ik nog anderhalve liter water in. En dan begint de daling naar Visé en de Maas. Nog 16 km tegenwind langs het jaagpad tot Luik. Ik haal net mijn trein. Tijd om al mijn overgebleven boterhammen en kerstomaatjes naar binnen te spelen. Rond 20 uur ben ik thuis na 138 km fietsplezier.


De volledige GPX-file vind je hier.




(3 augustus 2017) Eindelijk heb ik nog eens tijd gehad voor een meerdaagse fietstocht. Na de radioweerberichten van 's ochtends voor Radio 1 en MNM vertrokken schoonzoon Pieter en ik op dinsdag 1 augustus richting Nederland. Niet meteen om heel veel kilometers af te malen, wel om te genieten van het landschap en van het goede leven.


En dat genieten begint al vanaf de eerste kilometer. De wind zal de eerstvolgende dagen waaien uit het zuidwesten, dus we hebben meestal rugwind. Je bent weerman of je bent het niet... Via het jaagpad langs de Zenne komen we aan het Zennegat, waar de Zenne, de Dijle en het kanaal Leuven-Dijle samenkomen. De fietsbrug over de Dijle voert ons onmiddellijk naar de Nete.


Via Duffel arriveren we in Lier. Vlakbij de Zimmertoren houden we halt. Lierke plezierke is zijn naam waard! De Nete begint vervolgens heerlijk te meanderen: een prachtig fietsgebied in eigen land. Rond de middag bereiken we bij Viersel het Albertkanaal. Zitbanken, tafels, vuilbakken, alles is hier aanwezig: ideaal om de meegebrachte boterhammen te verorberen en de sociale media te bekijken. Want vandaag is het mijn verjaardag en er zijn nogal wat verjaardagswensen ;-)


Via de moderne boogbrug over het Albertkanaal duiken we al snel de bossen in. Pulle, Wechelderzande, Vosselaar: dit zijn de heerlijke Antwerpse Kempen. Goede fietspaden, veel rustplaatsen, prima bewegwijzering, het is er allemaal. We vorderen in feite veel te snel: rond 16 uur bereiken we Turnhout. Daar ontdekken we het begijnhof, de klevere tien en de schuppenboer.


Ook in Turnhout zijn ze te weten gekomen dat het mijn verjaardag is: ik krijg een lekkere ijscoupe, en op de hotelkamer staan er taartjes en nog meer duvels bier.


Die nacht dus goed geslapen, en na een rijkelijk ontbijt nemen we het Bels lijntje. Dat is een 150 jaar oude spoorwegverbinding tussen Turnhout en Tilburg, die is omgebouwd tot een luxe-fietspad. In het Turnhouts Vennengebied ontdekken we de prachtige uitkijktoren. Snel is de Nederlandse grens daar, al is die grens van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau een kluwen van jewelste. Maar het fietspad wordt nog breder en nog gladder. Hallo Nederland!


Via een ommetje langs de Tilburg University bereiken we Westpoint, de 140 meter hoge woontoren van Tilburg. Vreemd: net over de grens voel je echt dat dit het buitenland is. Andere huizen, andere straten, maar gelukkig wel even vriendelijke mensen als in België.


Net buiten Tilburg ligt het trappistenklooster van brouwerij La Trappe. Dat moeten we natuurlijk bezoeken! En het is een absolute aanrader. Een gemoedelijke sfeer, mooie gebouwen, veel natuur, heel lekker en betaalbaar eten. En vooral: goddelijk bier. Ik koop een Quadrupel van 75 cl, een zware fles die ik de rest van de tocht zal meezeulen in mijn fietstas.


Tussen Tilburg en 's Hertogenbosch volgen we het fietsknooppuntennetwerk. Dat valt eerlijk gezegd wat tegen. In Vlaanderen bestaan de knooppunten dikwijls uit kleine, landelijke wegen met af en toe zelfs een veldpaadje. Waar wij fietsten, hadden we meestal een prima fietspad, maar dat was minder avontuurlijk. Enkel langs het meer "De ijzeren man" kregen we echte fietskriebels. En ook wat regendruppels...


Gelukkig, daar is Den Bosch. We logeren vlakbij de imposante Sint-Janskathedraal, die we nog net voor sluitingstijd kunnen bezoeken. Verder in de binnenstad krioelt het van de gezellige restaurants, dus keuze te over.


De derde dag vertrekken we in Den Bosch met regenweer. We moeten nog helemaal thuisgeraken, dus onze eindbestemming wordt niet Nijmegen maar wel Oss. Daar nemen we de trein naar Roosendaal: 15,20 euro voor een ticket met nog een toeslag van 1 euro omdat het eenmalig ticket is, en 6,10 euro om de fiets mee te nemen op de trein. Duurder dus dan Belgische treintickets..., maar op de trein hebben we wel gratis WiFi.


Vanuit Roosendaal fietsen we tegen de wind in 11 km tot in Essen. We ontdekken het dal van de Molenbeek (Everland), een prachtige grensstreek. Van Essen gaat het met de trein via Mechelen naar Londerzeel en dan naar huis. In totaal ongeveer 190 km fietsplezier.


De plannen voor nieuwe meerdaagse fietstochten zijn al gemaakt - nu nog de tijd vinden.




(13 juni 2017) Het is de laatste tijd dikwijls schitterend fietsweer. Zalig om dus al mijn woon-werkverkeer met de fiets te kunnen doen. Voor mij geen files en geen stress. Zonnecrème en drinkbussen staan dezer dagen centraal.


En daarnaast gebruik ik de fiets ook dagelijks voor pleziertochtjes of boodschappen. Ik durf een heel grote omweg te maken om een brood te gaan halen bij de bakker;-)


In het verleden luisterde ik vaak met oortjes naar muziek op de fiets. Dat is natuurlijk niet zo veilig. Wel meteen er bij vertellen dat het geluid van pakweg de Brusselse ring de muziek overstemt: ik luister dus met een relatief laag volume. Maar toegegeven, het blijft een risico.


En dus heb ik een kleine bluetooth luidspreker gekocht die ik op mijn fietsstuur kan monteren. Op die manier verandert de fiets in een rijdende discobar. Nooit geweten dat zo'n kleine box zo'n herrie kan maken! Gelukkig kan ik het ding heel stilletjes zetten als ik stilsta aan een kruispunt. En in een natuurgebied gaat de muziek natuurlijk uit. Bovendien kan ik vanaf het stuur een volgende MP3-file oproepen.


Ik ondersteun natuurlijk volledig de campagne mooimakers van de Vlaamse overheid: zwerfvuil kan niet. Hou je rommel bij tot thuis. Nog beter trouwens zou het zijn indien er statiegeld komt op blik en plastic flessen. Want nu wordt al die rommel zomaar weggegooid. Als een blikje op een akker terechtkomt, bestaat de kans dat het uiteindelijk vermalen wordt en bij het veevoeder terecht komt. Met verschrikkelijke gevolgen.


De voorbije weken ben ik natuurlijk ook heel veel puur voor mijn plezier gaan fietsen. De prijs voor het mooiste fietspad van Vlaanderen gaat dit keer naar fietsknooppunten 39 - 42 - 47 - 79 - 76 langs de Durme tussen Lokeren en Tielrode. Zalig meanderen ver weg van alle drukte in klein Belgenland. Het leven kan heerlijk simpel zijn. Ook zonder bluetooth luidspreker;-)







(9 mei 2017) Fietsfanaten kennen het gevoel: de dagen lengen, de zon maakt overuren, de lente lonkt. Sinds enkele weken lig ik dus op vinkenslag: elke vrije dag wordt nauwkeurig geanalyseerd op fietsplezier.


Jammer genoeg is de combinatie van vrije dagen en fijn fietsweer voor mij niet vanzelfsprekend. Vooral dat aantal volledig vrije dagen is nogal laag... maar ik wil absoluut niet klagen: ik heb een superjob. En alle werkdagen zijn sowieso fietsdagen.


Ik heb het volste vertrouwen in mijn eigen weersvoorspellingen! Ik wist dus al daa-aagen van tevoren dat ik op dinsdag 9 mei 2017 een grote fietstocht zou maken.


Met een noorden- tot noordoostenwind waren er twee mogelijkheden. Ofwel thuis vertrekken en via Asse naar de Dender, en dan via Ninove, Geraardsbergen en Ath tot helemaal aan de grens, Quiévrain, met een bezoekje aan de iguanodons van Bernissart. Vervolgens de trein naar huis.


De andere mogelijkheid was een treintrip tot Luik, en dan stroomopwaarts de Ourthe fietsen tot in Durbuy, vervolgens naar Marche-en-Famenne en dan via Rochefort tot Houyet. Daar de trein naar Brussel, en dan verder naar huis fietsen.


Uiteindelijk heb ik voor optie 2 gekozen. De duiven en de iguanodons moeten nog wat geduld oefenen;-)


En dus was het de avond van 8 mei erg druk om alles goed voor te bereiden. De GPX-file distilleerde en verfijnde ik via www.brouter.de. Powerbank opladen. USB-kabeltjes meenemen. Mondvoorraad. Water, chocomelk en fruitsap. Bananen. Koekjes. Handschoenen. Een bluetooth-luidsprekertje om op het stuur te bevestigen. Spoortickets gekocht via de NMBS-app. Dag-fietskaart voor de trein ingevuld.


Snel enkele uren slapen. Om 5.00 uur gaat de wekker. Een half uur later neem ik de trein in Londerzeel. Overstappen in Leuven. Op de trein de weerberichten voor Radio 1 en MNM voorbereid en het weer op Twitter en Facebook gezet.


Om 7.02 uur sta ik in Luik-Guillemins klaar voor een zware klepper van in totaal 145 km met (achteraf berekend) meer dan 1600 hoogtemeters. Het is helder en koud maar ik heb frisse moed. Meteen zit ik in het juiste spoor en kan het genieten beginnen. De samenloop van Ourthe en Vesder is zo voorbij, de radio-weerberichten evenzeer.


Stroomopwaarts... dat wil dus zeggen dat er moet geklommen worden. Maar zolang je dichtbij de rivier bent, gaat dat allemaal heel geleidelijk. Bovendien blijkt alles goed aangeduid. Ik volg voor een groot stuk de RAVeL 7-route: veel markeringen, goede fietspaden dikwijls compleet los van de openbare weg. Dit is prachtig.


Gaandeweg merk ik dat de signalisatie echt wel heel goed is. Af en toe zegt mijn fiets-GPS me dat ik even de Ourthe moet verlaten, maar de fietsborden beloven dat ik gewoon het water kan volgen. En dat klopt: perfecte, soms gloednieuw aangelegde fietspaden, echt puik werk.


Ik passeer Tilff, Esneux, Rivage, Comblain-au-Pont. Overal het geluid van kabbelend water, van vogels, van lente. Ook veel blije mensen die allemaal vriendelijk goeiedag zeggen. Dit gaat super: het stijgingspercentage is verwaarloosbaar en de noordelijke bries helpt af en toe een handje. Je bent weerman of je bent het niet ;-)


En dan gaat het fout.


Net als ik besloten heb om de fietssignalisatie meer te vertrouwen dan mijn fietsGPS, raak ik de weg kwijt. Het is te zeggen: ik blijf hardnekkig de Ourthe volgen, maar het fietspad verdwijnt. Eerst wordt het een veldweg. Geen probleem. Dan duiken er scherpe stenen op. Vervolgens worden die stenen almaar groter en staan grote boomwortels me naar het leven.


Ik ben geen Sven Nys... en dus is het afstappen en die stukjes te voet doen. Verderop zijn arbeiders een nieuw fietspad aan het aanleggen. Ze laten me vriendelijk door.


Ondertussen jubelt de natuur wel volop. Ik zie prachtige landschappen en indrukwekkende rotsformaties. Op karakter raak ik tot Hamoir. Aha, daar zijn weer een paar borden. Welkom bewoonde wereld.


Die borden sturen me (net zoals mijn fietsGPS) de grote weg op. Ik krijg een stevige helling voor de wielen. Dan gaat het weer steil bergaf naar Sy. Vanaf Bomal is het fietspad opnieuw perfect. Daar is Barvaux al. En Durbuy!


Voor een klein fietsertje als ik is dit echt een hele belevenis. Gewoon met je fiets Durbuy binnenrijden: ik voel me de koning te rijk.


Dat gevoel krijgt een lelijke knauw als ik voorbij Durbuy een steil stuk met scherpe, losliggende stenen moet verwerken. Dit gaat niet: afstappen dus. En blij zijn dat ik antilek-banden heb.


In Hotton verlaat ik de Ourthe en volg ik even de N86. Het fietspad splitst snel af van de weg en passeert langs het militair domein Koning Albert. Op de kaart oogt het saai, maar in werkelijkheid is het er zalig fietsen. Wel heel veel vliegen.


In Marche-en-Famenne ligt het fietspad midden in de rijweg: goed gevonden. Maar je dwarst wel enkele ronde punten en dan kom je natuurlijk ogen tekort. Gelukkig zijn de automobilisten heel vriendelijk.


Nu komt de klim naar Marloie, het hoogste punt van mijn tocht. Ik zie er tegen op. In werkelijkheid valt het heel goed mee: perfect fietspad, helemaal in the middle of nowhere, en een stijgingspercentage van ongeveer 5%: dat kan ik nog wel aan.


Na Marloie duikt de weg omlaag, richting Rochefort. Het laatste stuk van Rochefort naar Houyet is een lichtlopend (en dalend) fietspad met talrijke bruggen over de Lesse en de lange tunnel van Hour. Vroeger was dit een spoorlijn, men heeft er een fietsparadijs van gemaakt.


Ik moet wel voortmaken als ik de trein van 16.12 uur in Houyet wil halen, dus dit laatste stuk moet ik even knallen. Het schitterende landschap schiet voorbij.


Maar ik haal mijn trein. Via Namen gaat het dan naar Brussel-Noord. Om 19.30 uur sta ik thuis. Wow, dit was een heerlijke tocht. Een aanrader, al heb je wel anti-lekbanden nodig als je de veldrijder wil uithangen ;-)


De plannen voor nieuwe fietstochten zijn al gemaakt!




(12 april 2017) Ik doe nu al meer dan 10 jaar bijna al mijn woon-werkverkeer met de fiets, een gewone stadsfiets. En met plezier stel ik vast dat de voorbije jaren meer en meer mensen de voordelen van de fiets ontdekken: goedkoop, gezond, goed voor het milieu en vooral, plezant.


Gaandeweg ondek je dan dat je de fiets ook op andere momenten kan gebruiken: om boodschappen te doen, naar de bibliotheek te gaan, uit te waaien, de streek te verkennen, nieuwe oorden te ontdekken.


Ik had vorig jaar al een stuk van de Vennbahn-fietsroute gedaan, meerbepaald het stuk tussen Trois Vierges (Groothertogdom Luxemburg) en Raeren. Vandaag wil ik de rest van de route fietsen. Maar dat doe ik (haast traditiegetrouw) met een grote aanloop.


Voor dag en dauw (om 5.20 uur om precies te zijn) vertrek ik thuis voor een fietsrit (op spierkracht, geen elektrische fiets) naar Mechelen. Daar aangekomen gaat de fiets op de trein tot in Diest. Treinticket vooraf gekocht met de makkelijke app van de NMBS. Onderweg bereid ik de radio-weerberichten voor Radio 1 en MNM voor. Zij zullen me bellen op mijn GSM tijdens de fietstocht. Het aangename aan het nuttige koppelen, noemen ze dat. Leve het mobiele internet!


Gauw nog een boterhammetje eten op de trein en dan ben ik in Diest. Bij het uitstappen vraagt de vriendelijke treinconducteur nog een selfie. Jammer genoeg vergeet ik hem wat rosgeld te vragen voor de rospot-actie van Iedereen tegen Kanker ;-)


Tijd voor het avontuur! Mijn route heb ik heel goed voorbereid via www.brouter.de. Diest als vertrekplaats is natuurlijk niet toevallig: er staat vandaag een stevige zuidwestelijke wind, dus het grootste deel van mijn trip zal ik wind mee hebben. Via het provinciedomein De halve maan ben ik al gauw aan het Schulensmeer Een mens kent zijn eigen land niet: dit is een prachtig natuurgebied.


Via Kermt fiets ik vrij snel (enfin, voor mijn doen dan toch) naar Hasselt. Dan volg ik even de Demer. Hier in Limburg hebben ze prachtige fietspaden. Men prijst de provincie aan als fietsparadijs, en ik moet ze gelijk geven: het is puur genieten.


Ik passeer langs Munsterbilzen, volg even het Albertkanaal en ter hoogte van Veldwezelt steek ik de grens over. Hallo Nederland, hallo Maastricht! De voormalige Sint-Lambertuskerk trekt mijn aandacht. Nu ligt er een laboratorium onder de kerk. De tijden veranderen...


Ik steek de Maas over en geniet van het prachtige panorama. Vervolgens is het even zoeken omdat nogal wat wegen zijn afgesloten voor fietsers. Maar met mijn fiets-GPS is dat natuurlijk geen probleem. En zo sta ik in geen tijd in het Geuldal. Met langs de ene kant geheimzinnige mergelgrotten en aan de andere kant bossen en weiden. Ook heel veel monumenten, o.a. het kasteel Schaloen en de Wilhelminatoren. Dit is (nog maar eens) een stukje Nederland dat ik totaal niet ken... De regio Valkenburg is echt een aanrader.




Ondertussen begint de weg wel aardig op en af te gaan. Vooral vanaf Mechelen (jawel, in Nederland is er ook een Mechelen) wordt het pittig. In Vaals, het laatste stadje voor de Duitse grens kan ik me nog net in de allerkleinste versnelling naar boven hijsen/hijgen.






Maar dan... daar is Aken! Hier heb ik lang van gedroomd en nu is het zover. Als een keizer rij ik naar de Dom. In het derde leerjaar moesten we indertijd allemaal de handtekening van Karel de Grote overtekenen. Daarom alleen al herbergt de Dom van Aken voor mij heel veel geschiedenis. Op de Grote Markt van Aken zie ik trouwens een winkel van modeltreintjes (o.a. Märklin - nog meer persoonlijke geschiedenis).


Heel snel vind ik het begin van de Vennbahn-route. Vroeger was dat een spoorlijn die Aken verbond met het noorden van Luxemburg, bedoeld om steenkool te vervoeren. De treinen zijn verdwenen, maar Europa heeft van het spoor een fietspad gemaakt. Treinen kunnen geen grote hellingen aan. Fietsers als ik evenmin. En dus is dit zonder twijfel een toeristisch hoogtepunt.


Zonder het te merken, ga je de hoogte in. De meeste dorpen passeer je hoog en droog op een viaduct, terwijl helemaal beneden een beekje stroomt. Een kerktoren doet pogingen om tot aan je voeten te komen, maar dat lukt niet: je bent in de zevende hemel.




Af en toe kom je nog overblijfselen van de oude lijn tegen: sporen, wagons, treinen, signalen. Alles is perfect aangeduid. Op geregelde afstanden staan er zitbanken met vuilbakken. Leve de natuur. Dit is heerlijk.


Veel te snel komt Raeren in zicht. Ik verlaat de Vennbahn en krijg onmiddellijk een strakke zuidwester cadeau. Ook al knalt de weg soms keihard omlaag, ik moet toch bijtrappen. En de hellingen zijn moordend. Uiteindelijk arriveer ik in Eupen en zie de trein net voor mijn neus vertrekken. Dan maar een uurtje wachten. Gelukkig heb ik voldoende boterhammen, drank en koekjes bij!


De nieuwe trein staat voortdurend stil. Ik mis dus mijn aansluiting in Leuven. Uiteindelijk arriveer ik in Mechelen en moet dan nog 13 km tegenwind naar huis fietsen. Rond 21.30 uur ben ik thuis. Moe en voldaan. Dit was 156 km genieten.




(5 maart 2017) Het was ruim anderhalf jaar geleden dat ik nog eens een week vakantie had... maar nu is het dan toch eindelijk gelukt. Met de krokusvakantie zijn we een week gaan uitwaaien in Nieuwpoort.


OK, het weer was niet meteen ideaal. Maar compleet uitgeregende dagen zijn in België op één hand te tellen. En dus was ik heel blij dat ik de plooifiets had meegenomen. VRT-collega's hadden me al dikwijls gezegd dat zo'n plooifiets ideaal is. Ze hadden gelijk. Ik heb deze week de volledige Belgische kust gedaan, van De Panne tot Knokke.


De prachtige site www.fietsnet.be laat je soms fietsen op de dijk of vlak langs de kust (bvb. tussen Middelkerke en Oostende - wel opletten voor zandophopingen). Soms verzeil je in prachtige duingebieden, met als hoogtepunt de Hoge Blekker (33 meter) in Koksijde.


De mooiste ontdekkingen deed ik vlak àchter de kust, in de Polders. Weg van alle commercie vind je hier complete rust met heerlijke landschappen, beken en bruggetjes, vergeten dorpskernen met lyrische namen en zelfs enkele bossen. Een mens moet echt niet naar het buitenland gaan om te genieten van een supervakantie.


En als de zuidwester te fel opspeelt, neem je gewoon de kusttram. Voor de belachelijke prijs van 3 euro kan je met de plooifiets van Knokke naar Adinkerke. ;-)


Tijdens de krokusvakantie had ik eindelijk de tijd om mijn fietsstatistieken voor 2016 wat te verfijnen. Zoals jullie weten, noteer ik bij alle fietstochten hoeveel het heeft geregend. In 2016 zat ik 838 uur op de fiets, goed voor 13.280 km fietsplezier. Het regende gedurende bijna 52 uur, dat is omgerekend 6,2% van de tijd.


In totaal ging het om 521 fietstochten. Er viel regen op 76 fietstochten, dat is iets minder dan 15%. Slechts 17 van de 76 fietstochten was er regen van start tot finish. Of om het anders te zeggen: ongeveer 3% van mijn fietstochten vielen helemaal in het water.


Het lijken opmerkelijke cijfers... maar in feite weten klimatologen dit al heel lang: het regent niet vaak in België. Er zijn weliswaar veel dagen met regen in België, maar op heel veel regendagen zijn er lange droge periodes. Een fietser wordt in België niet zo vaak nat.







(15 februari 2017) Natuurlijk ben ik de voorbije weken ijverig blijven fietsen. Een oude heupblessure speelt wat op, maar voorlopig zonder veel erg.


De winterprikjes met negatieve temperaturen heb ik zonder moeite verteerd. Als je de juiste kledij draagt (lees: niet te veel), is de kou best te harden. Ik experimenteerde ook met elektrisch verwarmde handschoenen, maar dat bleek geen succes. Het duurt veel te lang om die "ovenwanten" rond de handvaten van je stuur te krijgen. Beste resultaten verkrijg ik met een paar dikke handschoenen en daarover een stevig paar wanten. De mobiliteit van je vingers vermindert dan wel wat.


En ik heb een tweede fiets gekocht: een plooifiets, of (zoals de Nederlanders zeggen) een vouwfiets. Ik heb gekozen voor Brompton: erg duur, maar echt wel degelijk en zeer compact. De combinatie trein-plooifiets is ronduit geweldig. En als ik dan eens met de auto onderweg ben, zit de plooifiets altijd in de koffer. Voor mij geen gezoek naar parkeerplaatsen, geen dure parkeertickets: ik parkeer de auto gratis aan de rand van de stad, en met de plooifiets ben ik heel snel ter plaatse.


Naast het gewone woon-werkverkeer heb ik nog verschillende uitstapjes gemaakt. Fietsen in de winter: leuk, voordelig en gezond.






(4 januari 2017) Heel blij dat ik vandaag heb kunnen fietsen. De regen heb ik er met plezier bijgenomen. Met de juiste kledij is regen trouwens geen probleem.




(2 januari 2017) Zoals verwacht is afgelopen nacht een regen- een sneeuwzone van de kust naar de Ardennen getrokken. Ik had gehoopt om vanochtend al van wat opklaringen te kunnen profiteren en toch nog met de fiets naar het werk te gaan.


Maar dat is dus niet gelukt. Ik heb me enkele meter buiten gewaagd met mijn stalen ros. En vastgesteld dat de weg herschapen was in een glanzende ijsbaan. In het verleden ben ik al eens onderuit gegaan op een spekglad jaagpad. En één keer is echt wel genoeg.


Vandaag heb ik dus heel veel trappen gedaan op VRT, kwestie van toch een beetje te trainen. Als je gewoon bent van quasi alle dagen te fietsen, is het echt wel balen. Een mens heeft de indruk dat ie binnen de kortste keren helemaal vastroest.


Vannacht is er opnieuw vrieskou. Ik hoop dat de weerman morgen beter nieuws heeft voor mij ;-)





Terug naar vorig menu

Statistieken:
Online: 31
Vandaag: 1.544
Laatste week: 12.274
Pagina's: 25.070.006
sinds 15 aug 2010