Wat voor een zomer krijgen we?
Vroeger was het eenvoudig.
Armand Pien
wist wat voor weer het de volgende dag zou worden. En als zijn voorspelling niet klopte,
kon je nog altijd enkele
weerspreuken
bovenhalen en zelf weerman spelen. Het weer deed uiteindelijk zijn eigen zin, en iedereen
schikte zich er naar.
Vandaag is dat helemaal anders. Bij de eerste schuchtere zonnestralen van de
lente
wil iedereen onmiddellijk weten wat voor
zomer
we gaan krijgen. En aangezien de vraag erg groot is, zijn er elk jaar dan ook een heleboel
seizoensprognoses, soms heel algemeen,
soms ook heel gedetailleerd. Het werk van weerprofeten? Of kan je wel degelijk een seizoen voorspellen?
Onzekerheid troef
Seizoensverwachtingen zijn in feite niets anders dan een heleboel weerberichten die worden samengevoegd. Met de huidige
supercomputers
kan je de toestand van de atmosfeer uitrekenen voor morgen, voor overmorgen, voor de volgende week, ja zelfs voor de volgende maanden.
Het ziet er allemaal griezelig perfect uit, met heel kleurrijke kaartjes en digitale perfectie, maar natuurlijk zijn er grenzen.
We merken dat heel kleine onzekerheden in het weer na pakweg een week dikwijls uitmonden in weersituaties die compleet fout zijn.
Chaos is al helemaal troef na drie weken.
Twee simulaties met verschillende computermodellen leveren voor de volgende dag meestal
een heel gelijklopende weerprognose. Maar na een week is de onzekerheid soms al zo groot geworden dat de ene weercomputer je een gigantische
storm voorspelt, terwijl je volgens de andere de hele nacht terrasjes kan doen.
Doorrekenen
Het is dus geen goed idee om een computer op een dag individueel te laten doorrekenen hoe de zomer er moet uitzien. Maar we zijn slim.
En dus laten we gedurende veertien dagen die computer de toestand van de atmosfeer becijferen voor het volgende seizoen. Bedoeling is
om na te gaan of er geen algemene trend zit in al de gegevens die we op die manier bekomen.
Stel dat we de hele maand mei elke dag
opnieuw de computer hebben laten doorrekenen hoe het weer er zal uitzien in juni, juli en augustus, dan kan dat misschien interessante
resultaten opleveren. Als alle prognoses wijzen in de richting van een warme en droge zomer, dan is dat misschien wel zo.
En dus zijn we de voorbije jaren bedolven onder allerlei voorspellingen gedaan met supercomputers en geavanceerde weermodellen die
rekening hielden met oceaantemperaturen, luchtstromingen op grote hoogte,
zeestromingen, ...
Het resultaat? Veel kaf, weinig koren. Elk jaar was
er wel iemand die met zijn prognose de nagel op de kop sloeg. Maar elk jaar was het een ander computermodel dat de juiste
seizoensvoorspelling deed. Elk jaar verscheen iemand anders op televisie om zijn grote gelijk uit te schreeuwen.
Vergelijk het met de lotto. Er is altijd iemand die wint, maar het is altijd iemand anders.
Voorzichtig blijven
Bovendien moet je erg voorzichtig zijn met het interpreteren van seizoenvoorspellingen. Stel dat het ECMWF (European
Centre for Medium-Range Weather Forecasts) voor Europa een warme en natte zomer verwacht. Op het eerste zicht lijkt dat belangrijk
nieuws en het zal dan ook zeker de media halen.
Maar wat is de waarde van zo'n bericht? De warme Europese zomer geldt immers voor
een grote regio, van Dublin tot Ankara, van Helsinki tot Sevilla. De computer doet een uitspraak voor dit hele gebied. Probleem is
dat we niet weten of de grote hitte zich zal concentreren in de Balkan, in de Lage Landen, in het noorden van Scandinavië of in
Spanje. Het is dus best mogelijk dat op het eind van het seizoen de Europese zomerprognose juist was, maar dat we daar in
Vlaanderen niets hebben van gemerkt.
Een (winters) voorbeeld. Eind 2005
waren er alarmerende berichten over de Siberische winter die hier zou toeslaan. Sommigen maakten zelfs
al vergelijkingen met de gruwelijk koude februarimaand van
1956,
toen de gemiddelde temperatuur in Ukkel MIN 6 graden bedroeg en het
economisch leven grotendeels stilviel. En kijk, de winter haalde inderdaad fors uit in Oost-Europa,
met honderden vriesdoden en
spectaculaire tv-beelden. Zelfs in België lag de gemiddelde wintertemperatuur iets onder de normale waarde.
Maar ik denk niet dat
je de
winter van 2005/2006 kon vergelijken met
die van 1962/1963...
Dat is dan ook het nadeel van een seizoensvoorspelling: ze is erg algemeen, zowel in tijd als in plaats. Het kan
best zijn dat de
statistiek het bij het rechte eind heeft voor een heel continent. Maar als individuele weergebruiker ben je daar niks mee.
Prognoses die zomerse
neerslaghoeveelheden
voorspellen, zijn al helemaal onbetrouwbaar. In de zomermaanden valt de neerslag meestal in
de vorm van buien: op bepaalde plaatsen regent het pijpenstelen, terwijl elders er geen wolkje aan de lucht is. Eén welgemikt
onweer
kan het verschil maken tussen een droge en een natte zomer. Je hebt het ongetwijfeld zelf ook al meegemaakt: een heerlijke
zomerse zonovergoten dag, en 's avonds zie je in het journaal beelden van ellendige
wateroverlast
en grote hagelstenen. Zomer in België.
Tegen beter weten in...
Toch krijgen weermensen elk jaar opnieuw de vraag "wat voor zomer we nu gaan krijgen". Als we dan heel voorzichtig aangeven dat je
daar in feite geen antwoord op kan geven, volgt er hoongelach en ongeloof. Was er niet die Duitser die vorig jaar had gezegd dat
het een warme zomer zou worden? En er is toch dat succesvol Brits weerbedrijfje?
Waarvoor hebben jullie dan al die computers? Wat hangen die satellieten daar boven dan te doen?
Ik denk dat hier wat nederigheid op zijn plaats is.
Natuurlijk maakt de wetenschap vorderingen. Ja, we kunnen nu veel beter dan pakweg
twintig jaar geleden een weersverandering aankondigen. Ja, we kunnen (vooral voor de tropen) soms heel algemene prognoses maken
voor enkele maanden. Maar tegelijk beseffen we maar al te goed dat we nog een hele weg moeten afleggen.
De natuur blijft altijd
verbazen. Weersystemen zijn zo ongelooflijk complex dat zelfs de krachtigste computers tilt slaan. Persoonlijk ben ik al blij
als we in een stabiele situatie een 10 dagen-prognose voor het Belgische weer kunnen geven.
NASCHRIFT: de media blijven ons bestoken met allerhande "voorspellingen".
"De zomer 2012 wordt
een olympische zomer. Of een kwakkelzomer. Of een spookzomer."
"Pas in de laatste tien dagen van mei 2013 krijgen we eindelijk lenteweer. Maar dan wordt het wel meteen zomers met temperaturen tot 25 graden."
"De zomer van 2013 wordt de koudste in 200 jaar."
"De zomer 2014 wordt heet en nat."
"De zomer van 2016 wordt atypisch."
Misschien dit eens lezen....
Nog andere vragen?
Statistieken:
Online: 12
Vandaag: 236
Laatste week: 10.082
Pagina's: 50.962.557
sinds 15 aug 2010